
Pasgeboren baby’s hebben een fascinerende aangeboren reflex, de duikreflex (ook wel de bradycardie-reflex genoemd), die hen tijdelijk helpt om onder water te “overleven”. Deze reflex maakt deel uit van de dive reflex, een evolutionair overblijfsel dat ook bij zeezoogdieren voorkomt.
Hier zijn de details over deze reflex en wanneer het verdwijnt:
Wat houdt de duikreflex in?
Ademhaling stoppen: Als een baby’s gezicht onder water komt, sluit de glottis automatisch, waardoor water niet de longen kan binnendringen. Dit beschermt de luchtwegen.
Vertraagde hartslag: De hartslag daalt om zuurstof te sparen, een fenomeen dat ook bij duikende dieren voorkomt.
Bloedstroom naar vitale organen: De bloedcirculatie wordt geconcentreerd naar de hersenen en het hart, zodat essentiële organen zuurstof blijven ontvangen.
Wanneer verdwijnt deze reflex?
- De duikreflex is het sterkst bij pasgeborenen en begint meestal af te nemen rond de leeftijd van 6 maanden.
- Dit hangt samen met de rijping van het zenuwstelsel en het verminderen van andere aangeboren reflexen.
Kunnen baby’s echt zwemmen dankzij deze reflex?
Hoewel pasgeborenen instinctieve bewegingen maken die op zwemmen lijken, zoals het trappelen van de benen, betekent dit niet dat ze daadwerkelijk kunnen zwemmen of dat ze veilig zijn in water. Ze hebben geen bewuste controle over hun ademhaling of bewegingen. De reflex is bedoeld als een overlevingsmechanisme en niet als een functionele zwemvaardigheid.